elefant

Oefening van de waarneming in het onderwijs

Kort geleden gaf ik samen met Peter Paul Gerbrands een gastcollege aan het Amsterdam University College (AUC), een liberal arts and science college opgericht door de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. De aanleiding voor het gastcollege was de actualisering van de cultuurvisie van de gemeente Breda. We hebben hiervoor een co-creatief, participatief proces ontworpen en begeleid waarin een groep betrokken ondernemers, kunstenaars, leidinggevenden, netwerkers aan de slag is gegaan om een proces te ontwerpen waarmee de komende jaren zoveel mogelijk mensen, die zich actief willen inzetten voor cultuur in Breda, bereikt kunnen worden. Deze participatieve aanpak was aanleiding voor de vraag om een gastcollege te komen geven bij de course ‘comparative public policy’ van Geert de Vries aan het AUC.

Het was een aangename ochtend waarin we verteld hebben over het proces en er vragen over beantwoord hebben. Tijdens de ochtend realiseerde ik me dat de meeste studenten in het HBO en WO niet getraind worden in de waarneming, andersgezegd… hoe ze zichzelf kunnen leren inzetten als instrument. En dat terwijl ik vermoed dat velen van hen in posities komen te werken waar deze vaardigheid onontbeerlijk is.

Wat versta ik onder een geoefende waarneming? Waarnemen met al je zintuigen, niet alleen je ogen. Waarnemingen kunnen doen en ordenen in verschillende categorieën. Wat zijn de concrete feiten die ik waarneem? Wat zie ik gebeuren tussen de mensen (sociaal)? Wat gebeurt er in de tijd? Wat zijn de omstandigheden (context)? Wat voor indruk maakt de situatie op me? Wat voor gevoel krijg ik erbij? Wat is de essentie van de situatie òf anders gezegd wat wil er nou eigenlijk zichtbaar worden? 1

Er zijn een aantal valkuilen die ik tegenkom wanneer mensen hun waarneming oefenen:
Waarnemingen worden persoonlijk gemaakt. Mensen gaan dezelfde symptomen vertonen als het het onderwerp waaraan gewerkt wordt. Bijv. iemand gaat zich ongemakkelijk voelen bij het praten over de werkdruk in het onderwijs en wil er klaar mee zijn. Mensen gaan elkaar betwisten en bestrijden terwijl er over de reformatie gesproken wordt. Als je dat een paar keer hebt kunnen onderscheiden dan krijg je meer informatie ter beschikking over het onderwerp.

Chaos wordt geproblematiseerd. Bij tot stand brengen van iets nieuws kom je altijd op enig moment in de creatieve chaos terecht. Je neemt letterlijk waar dat het proces chaotisch wordt. Het is de fase vlak voordat je ‘door het gaatje gaat’ en het gevonden hebt. De meeste ontwerpers en kunstenaars kennen dit fenomeen. Probeer de chaos dus niet weg te krijgen of er controle over te krijgen maar pas andere manieren van werken toe op het vraagstuk. Dat is in mijn ervaring de manier om erdoorheen te komen.

‘Niet weten’ is lastig. Omgaan met het ‘niet weten’ blijkt lastig voor veel mensen. Hoe vaak ik niet mee maak dat er een tijd lang allerlei meningen en opvattingen verkondigd worden voordat iemand de conlusie durft te trekken “we weten het eigenlijk niet.” De conclusie dat je het niet weet vind ik heel waardevol want dan kan je iets nieuws gaan leren. Wat heeft dit met waarneming te maken? Als je ‘weet’gedrag ziet dan is er een grote kans dat er een worsteling met ‘niet weten’ gaande is.

Tot zover enkele van de valkuilen die ik tegenkom. Ook belangrijk vind ik:
Het leren waarnemen van impulsen. Regelmatig zie ik mensen een impuls hebben om iets te zeggen of te doen maar houden die impuls vervolgens tegen. Met een impuls bedoel ik die functie van je lichaam die je aanzet tot handelen. Iemand maakt dan letterlijk een aanzet tot iets zeggen of doen, veert bijna op uit stoel of opent de mond om iets te zeggen. Mijn ervaring is dat impulsen altijd op het juiste moment komen als iemand met zijn aandacht bij het onderwerp en de andere groepsleden is. Als je impulsen bij anderen gaat herkennen kan je eraan bijdragen dat die ander de informatie die aan de orde is alsnog kan inbrengen.

Leren herkennen van afhaken. Je hebt vast weleens meegemaakt dat je in een overleg zat en mensen zag afhaken. Afhaken is een nagelaten bijdrage aan het groepsproces en komt bijv. voor als iemand anders te lang aan het woord blijft of het gesprek van het onderwerp afdwaalt. Bij het zien van afhaken kan het zinvol zijn om een interventie te doen. Afhakers kunnen dan weer aanhaken en de kwaliteit van de samenwerking gaat weer omhoog.

Het zou goed zou zijn als oefening in de waarneming een onderdeel zou zijn van opleidingen en ik ga me daar zeker voor inzetten. Tijdens het schrijven van dit blogartikel merkte ik dat ik ook allerlei inzichten en technieken wilde opschrijven m.b.t. effectief samenwerken. Ook heel belangrijke informatie voor mensen die in groepen werken. Voor de helderheid heb ik me nu beperkt tot waarneming en kom hier later vast een keer op terug.

 

Noten

  1. Er is een heel aardig boekje geschreven over waarneming met de titel ‘Waarnemen met twaalf zintuigen’ (PDF).